Ik ben op vakantie. Ik luier en ik lees. Ik eet, ik schrijf en ik lees, en ik zwem en ik lees.

Een paar kilo boek zat in mijn koffer. Ik lees van papier. Samengebonden of –gelijmde papiertjes met een kaft er omheen. Heel ouderwets, volgens sommigen. Maar romans wil ik vasthouden. Wil ik ruiken. Ik wens in romans te kunnen krassen en te bladeren. Ze moeten ruiken naar de plekken waar ik ze heb gelezen.

Dus zitten in ‘De Cirkel’ van Dave Eggers intussen rijen strandkorrels korrels, kleven tussen de pagina’s van het boekenweekgeschenk van Tommy Wieringa restjes chips, zitten er opgedroogde druppels rode Alentejo in ‘De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren’ van Haruki Murakami , en ruikt het boek ‘Daar is hij weer’ van Timur Vermes naar een mix van gefrituurde sardientjes, kopjes bica en cataplana.

Harry Quebert

Nu lees ik ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ van de Zwitserse schrijver Joël Dicker. Een kiloknaller van dik 600 pagin’s dat ruikt naar een totaalervaring van Portugese vakantiegeuren en smaken. Groots geschreven, een literaire whodunit, ga alsjeblieft lezen. Waarom dat boek een hele grote Franse literatuurprijs heeft gekregen, weet ik niet, maar het is een heerlijk vakantieboek.

Het boek gaat over liefde, een verdwijning, vriendschap moord en het schrijverschap. Vooral die stukken interesseerden me, helemaal als ik dit soort fragmenten tegen kom. Zoals deze schrijftip die een van de personages uit het boek, de romancier Harry Quebert, geeft aan zijn vriend Marcus Goldman die evenzo een literair leven najaagt:

‘Kies een woord en herhaal het in al je boeken, zo vaak je maar kan. Laten we een willekeurig woord uitkiezen: ‘meeuw’. Als iemand het dan over je heeft, zal hij al snel zeggen: ‘Je-weet-wel, Goldman, die het altijd over meeuwen heeft.’ En dan komt er een moment waarop iedereen bij het zien van een meeuw aan jou gaat denken. Dat ze bij het zien van zo’n krijsend beest bij zichzelf gaan zeggen: ‘ik vraag me af hoe Goldman die zou vinden.’ En algauw gaan ze ‘meeuwen’ en Goldman’ met elkaar vereenzelvigen. En iedere keer als ze een meeuw zien, denken ze aan je boek en aan je oeuvre. Dan zullen ze nooit meer op dezelfde manier naar je kijken.

[..] Woorden zijn van iedereen totdat je laat zien dat je in staat bent om ze je toe te eigenen.’

Foto: Joël Dicker.com

Thoughtleadership

Boeken lees ik altijd ietsje anders wanneer ik zelf een boek schrijf, en natuurlijk, je kunt een tekst interpreteren zoals je wilt. Het was een blijvend geintje toen ik tijdens mijn studie Nederlands in de redactie van het literaire tijdschrift Vooys zat: ‘Zullen we bewijzen dat dit boek gewoon over pindakaas gaat.’

In dit fragment proefde ik evenwel geen pindakaas, maar iets anders. Want heeft Dicker het niet gewoon over thoughtleadership. Vervang ‘woord’ door thema, ‘Goldman’ door de naam van willekeurig welk bedrijf, en ‘boek’ door content, en lees dan de tekst nog eens.

Wat Dicker zegt over het toe-eigenen van woorden, geldt ook voor het claimen van een thema.

Claim als bedrijf een thema en maak daarvan de kern van je content. Zodat mensen, je klanten, relaties en potentiële klanten, direct aan jou denken als ze dat thema ook in andere verhalen tegen komen. Zo zullen ze altijd op een andere manier naar je kijken. Als je maar durft een thema te kiezen. Je dat thema durft toe te eigenen.

(Visited 66 times, 1 visits today)