Hij is de uitvinder van de term ‘Every company = a media company’. Werkte jarenlang voor The Financial Times, voordat hij zijn blog Siliconvalleywatcher startte. Gesprekken met Tom Foremski. Deel 2.

Een interessant verhaal in de Guardian. Een tijdje geleden alweer verschenen, maar allesbehalve gedateerd. Geen artikel, maar een e-mail van Financial Times-editor Lionel Barbel, gericht aan de directie. Voor een nieuwjaarsboodschap was de teneur net niet vrolijk genoeg.

Lionel schrijft dat de Financial Times flink moet besparen bij de papieren krant en flink moet investeren online. Was zijn conclusie na een bezoekje aan Silicon Valley, enkele maanden eerder. Want in die vallei zaten de concurrenten van de krant, had hij geconstateerd. Nieuwkomers zoals Google, LinkedIn en Twitter. Over ‘papieren’ titels, nee, over andere kranten maakte hij zich niet zoveel zorgen.
Opmerkelijk dat ze er bij de Financial Times nu pas achter komen dat de concurrentie van traditionele media niet ligt in de papieren wereld, maar in Silicon Valley.

Google is immers een mediabedrijf. Al decennia. Net zoals Facebook, Twitter en LinkedIn mediabedrijven zijn. Alle publiceren content met advertenties. Niks anders dan wat televisiestations, radiozenders, kranten en tijdschriften doen. Google en al die sociale media gebruiken daarvoor evenwel niet de ether noch de drukpers, maar de digitale wereld. Daar liggen de distributiekanalen voor hun content.

Sociale media heeft dan ook niks met techniek te maken. Net zo min als het in Silicon Valley draait om techniek. Maar dat besef is ook bij veel merken en organisaties nog bij lange niet doordrongen. Want geef ze niet de kost al die bedrijven bij wie sociale media onder de IT-afdeling valt. Laat staan dat ze daar bij marketing en sales weten hoe ze LinkedIn, Twitter enzovoorts effectief en relevant kunnen inzetten. Ze leven er nog vooral in de wereld van de drukpers en televisiezenders.

Fijn voor LinkedIn, Twitter en consorten: hun content kost hen hoegenaamd niks. Veel ervan is curated of user generated of geschreven door specialisten met vakinhoudelijke kennis. De content van traditionele media is niet gratis, integendeel.

Neem Financial Times. Bij die krant staat een internationaal netwerk van journalisten op de pay-roll, en dan heb ik het nog niet eens over al die andere kosten. Ooit werden die keurig betaald door abonnees en vooral adverteerders. Maar wat zijn al die fraaie features en kwaliteitsartikelen in de krant nog waard in de online nieuwsmarkt waar content gratis is.

Dit geldt niet alleen voor de Financial Times, maar voor elke kwaliteitskrant en elk nieuwsgedreven tijdschrift. Tom Foremski zei het mooi, tijdens een gesprek dat ik recent met hem voerde. “This is the situation facing the Financial Times, and many other news businesses, as they adapt to an online business model that can’t generate the revenues needed to support serious journalism. The Financial Times is considered one of the leaders in the media industry for pioneering an inventive paywall, raising the price of subscriptions, and reducing expenses through job cuts. But such actions aren’t enough to ensure a sustainable business and more is needed.’

De Financial Times wacht dan ook een enorme uitdaging, en niet alleen die krant. Tom: “They must build a sustainable media business that can survive mostly from what it can earn in the online world, which isn’t much if it’s relying mostly on advertising and paywalls.”

Tom had het over het Heinz 57 business model. Ken je die fles? Op de hals staat 57. Als je precies op dat getal klopt, loopt de ketschup sneller uit de fles, althans, zo wil het verhaal. Wat Foremski ermee bedoelt: “Media companies have to develop many varieties of revenues because advertising alone can’t carry the load or bring in a load. Subscriptions, events, special marketing programs, apps, paywalls, lead generation, staff recruitment, affiliate vendor relationships, and lots more are needed — and it’s a lot to manage.”

Opmerkelijk.

De Financial Times is een specialistische krant met een lezerspubliek dat vooral bestaat uit zeer goed betaalde executives en andere topmanagers met goede arbeidsvoorwaarden. Als bij zo’n instituut al financiële problemen opdoemen, ja, wat er is dan wel niet bij ‘gewone’ kranten aan de hand.

Lionel Barber besloot alvast tot daadkracht. 35 redacteuren de deur uit, en tien digitale medewerkers erbij. Dat tiental moet zorgen voor meer aandacht voor online news en services, waaronder een Weekend FT app.

Voor print wacht krimp.

Voorbij onder meer de extra dagelijkse edities voor de Britse en Amerikaanse markt. Ook komt er meer van hetzelfde qua inhoud, en look and feel in de kranten die verschijnen in de rest van de wereld. Lionel: ‘We need to ensure that we are serving a digital platform first, and a newspaper second. This is a big cultural shift for the FT that is only likely to be achieved with further structural change.

[…] On unified news desks, we need to become content editors rather than page editors. We must rethink how we publish our content, when and in what form, whether conventional news, blogs, video or social media.’

Aan de andere kant: ‘[..] we must stick to the tested practices of good journalism: deep and original reporting based on multiple sources and a sharp eye for the scoop. But we must also recognise that the internet offers new avenues and platforms for the richer delivery and sharing of information. We are moving from a news business to a networked business.’

De uitdaging voor alle kranten: vind een duurzaam verdienmodel voor serieuze journalistiek. Tom: ‘The current business model for media success requires massive scale and low investment in editorial content. The FT’s small scale combined with its high investment in editorial content are completely opposite to the economic realities of these times.’

Er zullen nog heel veel journalisten binnenkort hun baan verliezen.

(Visited 73 times, 1 visits today)