Verhalen willen we. Artikelen en blogposts. Content! En die stukkies kunnen we zelf wel schrijven, hoor je te vaak binnen bedrijven en organisaties, want kom op, dat kan toch iedereen. Totdat ze bij diezelfde bedrijven zelf proactief verhalen moeten schrijven. Want hoe componeer je nou eigenlijk een goed artikel? Een handleiding.

2000 woorden. Een makkie, echt, binnen twee uur zomaar te doen. Beloofde een mijnheer die vooral verstand heeft van marketingzaken. Nog fraaier. Even later stuitte ik op een ondernemerscoach die beweerde de formule te bezitten waarmee je ‘een goed artikel publiceert in maar 15 minuten per dag’.

Ik viel even stil.

Een artikel van 2000 woorden ophoesten in twee uur, laat staan een goed artikel schrijven binnen 15 minuten per dag, nee, dat is mij, met mijn twintig jaar schrijfervaring in de journalistiek en copywriting nog nooit gelukt, sterker, met een verhaal van 2000 woorden was en ben ik zomaar twee tot vier dagen bezig. 4.000? Ik heb geen idee hoeveel artikelen en columns ik al die jaren heb geschreven dat ik freelancete voor kranten, opiniemagazines, glossy’s en vaktijdschriften. Naast al die nieuwsbrieven, leaflets en bijdragen voor sponsored magazines die ik als copywriter maakte voor tientallen organisaties en bedrijven.

Stappenplan

Natuurlijk, binnen twee uur smeer je met gemak 2000 woorden uit over een vel papier en tokkel je ook zo een beeldscherm vol, maar dan heb je nog geen goed verhaal. Alsof daarvoor ook een toverformule zou bestaan. Een abracadabraatje hoe je dat binnen een kwartier in elkaar kunt kletsen, kan ik je daarom niet leveren. Wel kan ik je misschien, op basis van mijn jarenlange ervaring, helpen met een stappenplan voor het schrijven van een artikel. Of dat nou bestaat uit 500, 1250, 2000 of 3456 woorden. Geïnteresseerd? Lees dan verder.

Voorbereiding, schrijven en redigeren

Het schrijven van een artikel bestaat uit drie stappen: 1. Verzamelen, en daar ben je voor elk artikel ongeveer 40% van je tijd mee bezig; 2. Schrijven (40%); 3. Schrappen (20%). Het is juist stap 1 van het schrijfproces dat te veel scribenten onderschatten. Zonder je zelf vooraf goed voor te bereiden en te documenteren, kun je geen goed verhaal schrijven.

In de steigers zetten

‘Ga je weer een verhaal in de steigers zetten.’ Ik weet het nog goed hoe mijn vriendin – nu mijn vrouw overigens- zich daaraan kon ergeren. Over de vloer thuis lagen naast elkaar stapeltjes A4’tjes met uitgewerkte research en interviews. Bouwmateriaal, noemde ik het. Om een artikel in de steigers te zetten.

Onderwerp en hoe aan te vliegen

Belangrijk substapje. Elk verhaal begint met het kiezen van je onderwerp. Als je dat hebt gevonden of aangereikt gekregen, bedenk dan hoe je dat wilt aanvliegen. Vanuit welk perspectief: historisch (vanuit geschiedenis); actueel (vanuit het nu); technisch (hoe werkt het, hoe zit het in elkaar); maatschappelijk (invloed op samenleving/maatschappij); kritisch (jouw mening); of persoonlijk (je eigen ervaringen).

Foto: Hook (movie)

 

Haakje

Welk perspectief je ook kiest: wat is het haakje. Hoe kun je het onderwerp verbinden aan de actualiteit. Wat is de nieuwswaarde. Verhalen die aansluiten op de actualiteit scoren. Worden beter en meer gelezen. Omdat ze meer urgentie hebben.

What’s in it for them

Topprioriteit: denk doelgroep. Wat is hun voorkennis. Voor experts schrijf je anders dan voor een algemeen publiek. En vooral: What’s in it for them. Wat motten je lezers met je verhaal. Wat is de toegevoegde waarde. Wat zijn de take aways. Bied je inspiratie of hulp? En natuurlijk, een artikel hoeft niet perse te dienen ter leering ende vermaeck. Je publiek verwennen en verrassen met enkel vermaeck is ook een what’s in it for me.

Start met het eind

Start met het einde. ‘Begin with the end in mind’. Zoals Steven Covey zegt in zijn bestseller ‘The 7 habits of Highly Effective People’. Wat is je boodschap. Wat wil je bereiken. Wat moet de lezer na afloop doen. Moet hij tot actie overgaan, informatie opvragen of iets kopen. Dien je hem te overtuigen of wil je alleen opiniëren, informeren of amuseren.

Drie tot vijf zinnen

Bedenk vooraf in 3 tot maximaal 5 zinnen waar je verhaal over gaat. Schrijf die samenvatting op. Op zo’n manier dat je publiek het artikel in een keer begrijpt. Staan die zinnetjes op papier, dan pas kun je met schrijven beginnen. Want die korte samenvatting moeten ook je lezers onthouden. Om verder te vertellen. En ze vormen een handig opzetje voor je lead (zie verderop).

Stap 2: Schrijven

Okay, stap twee: het o zo edele schrijfproces. Zeker, ik ben gek op schrijven. Voor velen fungeert schrijven evenwel als een onneembaar struikelblok. Ideeën genoeg, edoch, maar hoe verder? Ze blikken zonder blozen naar het papier alsof ze met een penseel of beitel naar een doek of houtblok staren. Schilderen, schrijven, beeldhouwen, het is een ambacht.

Maar wacht even, waarom zou je zowel de voorbereiding als het schrijfwerk zelf moeten doen. Bij tijdschriften en actualiteitenprogramma’s heb je redacteuren en journalisten. De eersten doen vaak de research, anderen gaan op basis van hun informatie met toetsenbord of microfoon aan de slag. Vind dus mensen binnen je organisatie die schrijven wel leuk vinden. Die gaan glunderen van gevatte woordgrapjes en mooie zinnetjes.

Ga los

Schrijf alles op. Niemand kijkt met je mee. Gooi alles op papier. Stop als je denkt dat je moet stoppen. Wanneer je je punt hebt gemaakt; je boodschap overtuigend uiteen hebt gezet; alle relevante feiten en onderdelen aan de orde zijn geweest.

 

In de week

Leg dan alles even in de week. Een paar uur, een dag, enkele dagen, afhankelijk van urgentie en deadline. Ga dan pas componeren. Herschrijven, organiseren en structureren. Met als rode draad je boodschap. Alles wat je zegt, is daarvan min of meer afgeleide. Elke alinea moet het grote verhaal ondersteunen. Dus dat kan betekenen dat je sommige alinea’s aan elkaar plakt of door elkaar husselt. Heel ideologisch: elke zin moet iets toevoegen aan de voorgaande.

Foto: Film Lolita

 

Lolita en De Uitvreter

Ik ben gek op mooie eerste zinnen. Die zijn heel belangrijk ook. Omdat ze je direct een verhaal in trekken. Haal maar eens een paar boeken uit de kast. Blader anders door je collectie e-books. Lekkere binnenkomers en vasthouders zijn een fijne quote (‘Wilt u alstublieft niet roken, meneer Ushikawa?’ vroeg de kleinste van de twee.’ – Haruki Murakmi, 1q84) of pittige uitspraak (‘De idee van de eeuwige terugkeer der dingen is raadselachtig en Nietzsche heeft er andere filosofen mee in verlegenheid gebracht: te denken dat alles zich eens zou herhalen zoals we het al hebben beleefd, en dat ook die herhaling eindeloos zou doorgaan: Milan Kundera, ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, en vooruit nog eentje, uit Anna Karenina van Tolstoi: “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.”).

Een persoonlijke anekdote (“Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.” -Nescio, De Uitvreter) of prachtige allitererende zin (“Lolita, light of my life, fire of my loins. My sin, my soul. Lo-lee-ta: the tip of the tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three, on the teeth. Lo. Lee. Ta.” -Vladimir Nabokov, Lolita).

Ook fijn: een situatie waardoor je direct in het artikel valt: “It was a bright cold day in April, and the clocks were striking thirteen.” -George Orwell, Nineteen Eighty-Four. Of deze uit Honderd Jaar Eenzaamheid van Marquez: “Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.” Iets korter uit ‘Brooklyn Dwaasheid’ van Paul Auster: ‘Ik was op zoek naar een plek om rustig dood te gaan.’

Het is echt waar. Wanneer je eerst zin lekker is, volgt veelal de rest van je verhaal vanzelf. Gebeurt dat niet, opteer dan voor een andere openingszin en daarmee andere invalshoek. Teveel aanmodderen is een teken van een slecht verhaal, en zeker, je lezer voelt dat.

Foto: Fotosearch

 

Kietelende Kop

Ik geef onder meer schrijftrainingen. Tijdens een van die workshops bleef een mevrouw lang voor zich uit staren. Ik had aan de groep een schrijfopdracht gegeven en vroeg haar wat er was. Zij vertelde dat ze maar niet met het schrijven van een artikel kon beginnen, omdat ze daarvoor geen goede kop kon vinden.

Voor de duidelijkheid. Een kop schrijf je pas wanneer je artikel klaar is. Vaak ook tikken eindredacteuren die. Voor mij evenwel geen groter plezier dan het bedenken van een kop, en hoe stuiterblij was ik wanneer die in Trouw, NRC of AD overeind bleef. Want ik wist ook, de lengte daarvan was afhankelijk van de plek en ruimte in de krant. Een artikel over de volle breedte (van het tabloidformaat had toen nog geen uitgever of hoofdredacteur gehoord) vroeg om een langere kop, een tweekoloms om een korte. Bij tijdschriften had je je kop meer in je eigen hand.

Een kop die tweet

Tip. Een kop voor een online periodiek maak je niet ter meerdere eer en glorie voor jezelf of voor het digitale medium waarvoor je schrijft, maar voor sociale media. Als je artikel wordt gedeeld, zie je de kop vaak voluit op Twitter of Facebook, en ja, dan is het prettig dat die dermate prikkelt dat mensen dat linkje ook echt openen. Een leuk quizfeitje. Koppen met acht woorden of minder worden 21% vaker gedeeld.

Belofte of Olifant

In je kop kun je inspelen op een wens of belofte. ‘Hoe word je binnen een maand slank’. ‘Alles wat je wilt weten om af te vallen’. Lijstjes doen het goed: ‘De zes makkelijkste manieren om af te vallen’. In de cursus waarover ik eerder sprak, geef ik tal van voorbeelden van koppen die werken. En wat ook helpt: laat eens een olifant los in een porseleinkast. Durf te hakken. Mijn beste blogposts droegen titels als ‘Goede marketeers zijn schaars‘; ‘Waarom SEO zinloos is‘; ‘De customer journey bestaat niet‘.

Inpakken met je lead
Je lead is die vetgedrukte tekst onder de kop van een krantenartikel. Het fungeert als prikkelende samenvatting. Moet mensen aansporen tot lezen. Stop daar dan ook in ieder geval je lezer in je verhaal. Raak hem met een issue of probleem dat hij kent. Stel een vraag. Maak in ieder geval duidelijk wat je lezer aan het artikel heeft. Kijk naar de lead van dit artikel: ‘Verhalen willen we. Artikelen en blogposts. Content! En die stukkies kunnen we zelf wel schrijven, hoor je te vaak binnen bedrijven en organisaties, want kom op, dat kan toch iedereen. Totdat ze zelf proactief verhalen moeten schrijven. Want hoe componeer je nou eigenlijk een goed artikel. Een handleiding.’ Geen twijfel over mogelijk waar dit artikel over gaat.

Uitsmijter

Artikelen dienen oprolbaar te zijn, hoor je te vaak. Die kreet komt uit de journalistiek. In een nieuwsartikel staat het belangrijkste bovenaan, iets dat minder belangrijk is volgt enz. enz. Makkelijk voor een opmaakredacteur die eventueel het einde van dat artikel kan weglaten, als de opmaak daartoe noopt. Maar die opmaakvriendelijke oprolbaarheid geldt natuurlijk niet voor een reportage, achtergrondverhaal, interview of feature. Zo’n artikel mag niet zomaar worden vermoord door een opmaakredacteur -ik zal je vertellen, dat gebeurde te vaak, omdat opmaakredacteuren niet lezen en waarschijnlijk het onderscheid ook niet kennen tussen een feature en een nieuwsbericht. Voorkom dat je artikel uitgaat als een nachtkaars.

Een onverwachte rechtse aan het eind

Zorg daartoe voor een spraakmakende verrassing aan het einde. Raak en onverwachts. Een alinea die de lezer bijblijft. Een levendige scene of krachtige anekdote. Een citaat, voorspelling of persoonlijke mededeling die min of meer het hele artikel samenvat dan wel illustreert. Kan ook: een sluiter die verwijst naar het begin om het artikel rond te maken.

Stap 3: Schrappen

Ben je strengste eindredacteur. Schrap. Snijd overbodige woordjes uit je tekst. Zoals alles dat niet de rode draad dient. Jaja, ook die mooie quote of pareltjes van zinnen. Kill your darlings, copy paste, want misschien kun je die ooit nog eens elders gebruiken. Vergeet hoe dan ook de spellingscontrole niet.

Assistent lezer

Laat je verhaal lezen voordat je het publiceert. Je partner is vaak je strengste lezer. Als zij/hij het verhaal niet of onvoldoende snapt, zul je toch echt aan de bak moeten. Je artikel voorleggen aan iemand uit je audience, ook heel goed.

Tot slot. Blijf schrijven. Blijf schrijven. Schrijf meer. Schrijf nog meer. En schrijf nog meer dan dat. Schrijf als je geen zin hebt. Schrijf als je iets te vertellen hebt. Schrijf wanneer je niks te vertellen hebt. Blijf in elk geval schrijven. Elke dag.

p.s. Met het schrijven van dit artikel ben ik qua uren twee dagen bezig geweest. En o ja, nieuwsgierig naar mijn schrijfcursus? Neem gerust contact met mij op. Of lees een dit verslagje.

(Visited 3.912 times, 1 visits today)