‘Pappa, waarom is de lucht blauw?’

Zo fijn, die soms oneindige reeks waarom-vragen van kinderen. Over van alles kunnen die gaan. Over de kleur van melk tot existentiële levensvragen.

En ja, waarom is de lucht blauw. Goede vraag. Zonlicht is immers wit, een samenstelsel van tal van kleuren. ‘Kijk maar naar de regenboog’.

‘Maar waarom is de lucht dan niet geel, oranje of groen?’

‘Om onze planeet zit een speciaal laagje, de dampkring. Dat laagje houdt zonlicht tegen, omdat het anders voor ons op aarde te warm of te koud wordt. Alle regenboogkleuren van de zon dringen moeiteloos door die laag heen. Eentje lukt dat niet: blauw. Dat verdwijnt verstrooid naar alle kanten en daardoor zien we een blauwe lucht’.

Dit kan ik mijn dochters vertellen. Google maar eens. Waarom is de lucht blauw? Nou, gewoon daarom. Daar staat het.

Mensen hebben behoefte aan ‘nou, gewoon daarom’. Vinden ze fijn. Wikipedia brengt dan ook soelaas voor mensen die niet zelf willen nadenken. Wanneer zij een vraag niet expliciet beantwoord zien, raken ze in paniek, nee, klinken ze zelfs een beetje boos. Merkte ik afgelopen week op LinkedIn.

Ik had daar een stukje doorgeplaatst met als titel ‘Waarom we op ons werk veranderingen tegenwerken’. Daarin vraag ik mij af waarom we op ons werk zo slecht met kleine veranderingen kunnen omgaan, terwijl we grote veranderingen, heftige levensbepalende veranderingen als samenwonen, trouwen, kinderen krijgen en verhuizen moeiteloos kunnen trotseren.

Ik kreeg een boze reactie van Tineke. Omdat ik de vraag in het stukje niet ondubbelzinnig had beantwoord. Dat suggereerde de kop van de blogpost wel. Dus: ‘een beetje verwachtingsmanagement kan geen kwaad’ en ik kreeg nog wat verwijten om mijn oren.

Ik vertelde haar dat ik het antwoord wel gaf. Maar niet hardop. Niet nadrukkelijk. En dat prikkelde een andere lezeres, Marijke. ‘Nu ben ik de hele avond aan het denken, ja, waarom is dat eigenlijk, misschien omdat we bij andere veranderingen eerder de voordelen zien of ervaren?’

Marijke versus Tineke.

Marijke durfde zich na het lezen vragen te stellen. Durfde verder te lezen. Durfde zich te openen.

Als je je open stelt, als je nieuwsgierig bent, dan wil je leren, dan wil je je ontwikkelen. Wie stopt met het stellen van vragen, stopt met verwonderen, stopt met anders durven kijken, stopt met vooruit willen denken. Wie stopt met het stellen van vragen, stopt met leven.

Tineke zoekt naar kant-en-klaar. Naar voorgebakken en uitgeserveerd, naar wetenschappelijk bewezen en verklaard. Signed, sealed, delivered. Waarom? Nou, daarom. Want daar staat het. Niks zelf verder willen kijken. Niet tussen de regels kunnen lezen.

Antwoorden zijn evenwel niet altijd kant-en-klaar. Staan niet allemaal in een groot boek dat Wikipedia, Bijbel, Koran, Winkler Prins of Google heet. De meeste antwoorden moet je zelf vinden. Moet je zelf ontdekken. Dat lukt je alleen wanneer jij jezelf openstelt voor een zoeken, voor een uitproberen, voor een spannend avontuur, voor onverwachte ontmoetingen, voor om het hoekje kijken, voor je intuïtie.

Als er vastomlijnde stappenplannen bestaan, zouden we allemaal hetzelfde doen. Als we allemaal geloven wat de experts zeggen, zouden we allemaal hetzelfde zeggen.

Waarom ook wachten op woorden, gedachten of ideeën van anderen? Als je wacht op de inspiratie van anderen ga je nimmer nog zelf op zelfonderzoek.

Ik beluisterde een tijdje geleden een webinar van het Content Marketing Instituut van Jay Acunzo ‘The Muse is an Excuse’. In de Griekse Oudheid riepen wetenschappers en kunstenaar de muzen aan om inspiratie te krijgen, vertelde hij. Zonder die negen godinnen lukte het niet.

Homerus begint zowel zijn vermaarde Ilias als Odyssee met het aanroepen van een muze: “Bezing, godin, de wrok van Achilles…” en: “Vertel mij, muze, over de man…”.  William Shakespeare, Dante Alighieri en John Milton aapten de Oude Grieken na. Paradise Lost van Milton begint met de regels “Sing Heav’nly Muse, that on the secret top of Horeb, or of Sinai, didst inspire…” Shakespeare start zijn toneelstuk Henry Vmet “O for a Muse of fire, that would ascend the brightest heaven of invention…

Er zijn nog steeds kunstenaars die zich beroepen op hun muze, en helemaal in de war raken als die hen zou ontvallen.

Een muze als mythisch doorgeefluik.

Wat een creatieve armoede. Dat je een muze nodig hebt om geïnspireerd te worden. Om woorden en ideeën te vinden. Om diepere gedachten en creatieve impulsen te krijgen. Om vindingrijk te zijn.

Een muze als excuus, aldus Acunzo. Sorry jongens, maar het lukt even niet vandaag. Even geen inspiratie, even geen creatieve aandrang. Dat ligt niet aan mij, ben je mal, ik mis gewoon een muze. Een fee met een magisch stokje. Een creatieve prins op een nog creatiever paard. Een betoverende godin of elysische vrouw die mij inspiratie influistert. Die mij redt uit mijn radeloosheid.

Kan die zich even snel melden alsjeblieft?

Als je denkt dat inspiratie niks met jou zelf te maken heeft, maar dat die van buitenaf dient te komen, heb je al verloren, zegt Acunzo.

Inspiratie begint niet van buiten, maar van binnen.

“Rather than trying to gather up to all the answers we need to justify acting, we can act to find the answers.”

Ik lees veel. Romans en biografieën. Online artikelen en de papieren krant. Ik bekijk films en documentaires. Ik observeer graag, ik afluister graag, ik verwonder mijzelf graag en ik loop graag ergens zomaar naar binnen. Plots komen al die woorden, beelden en herinneringen tezamen. Vinden ze hun weg. Om wijsheid en warmte te vinden bij elkaar.

Dat gebeurt vanzelf. Niet nadat ik ben getroffen door een goddelijk licht. Noch door een muze die mij voedt met Oosterse hapjes en glaasjes Viognier. Ik vraag mij gewoon af, turend over het IJmeer of naar de hedera in de tuin, waarom mensen op het werk elkaar toch zo tegen werken.

Heeft het te maken met liefde?

Samenwonen, trouwen, kinderen krijgen, verhuizen, die heftige veranderingen overwin je samen omdat je van elkaar houdt.

Maar dat had ik al in dat stukje gezegd. ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’.

En ook dat is niet absoluut waar.

‘Pappa, waarom is de lucht blauw?’
‘Omdat blauw een hemelse kleur is.’
‘Wat is een hemel?’
‘Een hemel is een plek waar het mooi is, hemels mooi is, met een zuivere lucht die ruikt naar bloemenwinkels en altijd vakantie.”
‘Kunnen we op vakantie naar de hemel?’
‘Kijk eens omhoog, hoe lang denk je dat we dan moeten vliegen.’
‘Ik zie vliegtuigen in de hemel, komen die daar vandaan?’
‘Er zijn vliegtuigen die elke dag naar de hemel vliegen. Ze zijn weken, nee, soms maanden onderweg, wil je zo lang vliegen?’
‘Nee, dan blijf ik liever bij jou.’

Geloof niet in een daarom.

Wacht niet op de experts. Wacht niet op een muze. Wacht niet op toestemming. Wacht niet op de concurrent. Wacht niet op budget.

Ga op zoek naar de antwoorden en inspiratie in jezelf. Dwarrel mee met dartele overdenkingen. Volg je eigen fantasieën. Verbind woorden, beelden, gesprekken en geuren tot geloofwaardige gedachten, theorieën en ideeën.

Zet je deur open. En durf door te denken en te vragen. Bij alles wat je doet en vanzelfsprekend acht. Luister naar die stem in jezelf. En creëer.

Abonneer je nu op mijn Nieuwsbrief Cor’s Deli. Voor inspiratie, informatie en trends. En het allerlaatste nieuws over storytelling en contentmarketing

(Visited 375 times, 1 visits today)