Zijn eerste tijdschrift maakt hij al toen hij elf jaar was. Ook stond hij al vroeg op de planken. Maar naar een schrijf- of toneelschool mocht hij niet. Toch volgde een succesvolle journalistieke carrière waarna hij besloot te gaan werken voor merken. Een biografie van een storyteller.

‘Bip Bip’, heette de strip. Met in de hoofdrol twee inktvissen. Ook was er een rubriek over boswachter Broer Konijn, die over een bos waakte vol allegorische dieren. En er waren verhalen over de tijdschrijftredactie waarin onder meer het meisje zat op wie ik heimelijk verliefd was.

Ik was een jaar of elf en maakte mijn eigen tijdschrift met de explosieve titel Danger. Geschreven en getekend op blanco 17 rings ringbandpapier dat ik met geel draad aan elkaar bond. Eén lezer had ik, klasgenoot René. Die besloot ook een tijdschrift te maken, dus dat was leuk uitwisselen.

De andere jongens uit mijn klas vonden het maar vreemd, jongens die tekenden en verhaaltjes maakten. De meisjes vonden het wel cool, maar lieten dat niet blijken. Let wel, we spreken Heerenveen 1974. De Volkswagen Golf en Van Oekel’s Discohoek beleven hun première. Abba wint het Eurovisie Songfestival met Waterloo, en Feyenoord tilt als eerste Nederlandse voetbalclub de UEFA Cup omhoog. Maar ach, wat iedereen er verder ook van vond, dat interesseerde me niet echt. Ik vond het leuk. Dat is de enige reden waarom je iets doet, volgens mij.

In de vijfde klas, tegenwoordig groep zeven, bedacht ik mijn eerste toneelstuk. Waar het precies over ging, weet ik niet meer. Was vast iets met ridders en prinsessen. Klasgenootjes –special geselecteerd- deden precies wat ik van hen verlangde. Geloof dat ik zelf ook een grote rol had.

Schrijven voor het sufferdje

In Havo-3 schreef ik voor De Koerier, één van de twee lokale huis-aan-huis bladen. Vooral hockeyverslagen. Ook beleefde in mijn debuut als dichter in de Viva. Dat was goed voor veel blikkende en blozende meisjes, die zich in het gedicht meenden te herkennen.

Gek genoeg koos ik aan het eind van dat jaar voor een B-pakket. Omdat al mijn vriendjes dat deden, terwijl iedereen om mij heen kon aanvoelen dat Natuurkunde, Wiskunde en Scheikunde niet echt mijn ding waren. Bleek ook. Ik zakte voor mijn eindexamen, verwisselde Natuurkunde voor Geschiedenis, en zo lukte dat Havo-diploma een jaar later wel. Een aansluitend jaartje VWO was vooral gezellig, niet vruchtvol.

En ja hoor, ik werd weer uitgeloot voor de School voor Journalistiek (SvJ). De schooldecaan had gezegd: voor de SvJ in Utrecht heb je het verkeerde pakket, dus kies voor die in Tilburg, waar ze meer hechten aan ervaring. Dat bleek helaas net andersom. In Utrecht prefereerden ze studenten met bewezen schrijfdrift. Je mocht je niet voor beide SvJ’s inschrijven. Ook een tweede keer werd ik uitgeloot. Een derde keer schreef ik mij niet in -dan was ik sowieso ingeloot. Maar daarover zei die decaan niks. Op zo’n man kon je bouwen.

Die decaan woonde verderop bij ons in de straat. Ik verdenk hem nog altijd van een een-tweetje met mijn vader. Die wilde absoluut niet dat ik een studie ging volgen bij zo’n rood bolwerk als de School voor Journalistiek. Zoals hij ook niet wilde dat ik naar de Toneelschool ging, terwijl de rector van mijn school mijn grootste fan was. Kwam door het schoolcabaret. Tijdens eindvoorstellingen deed ik te geregeld iets wat niet in het script stond. Achteraf kreeg ik de felicitaties van de regisseur, omdat hij die improvisaties -toch- wel leuk vond. Maar de volgende keer niet weer doen hoor, en ja, dat was een voorzet voor open doel.

Redactie

Een tikkie rebels, zeker, dat was ik wel. Omdat het vaak anders en beter kan. Anders hebben rebelse streken niet zoveel zin. Ik zat ook in de filmclub waar we maandelijks het schooljournaal maakten. Eerder was ik redacteur van de schoolkrant, maar die besloten we op te heffen, omdat we niet mochten schrijven wat we wilden. En zo besloot ik -om dezelfde reden- uit de redactie van een schoolkrant van de lerarenopleiding te stappen. De schoolleiding haalde opgelucht adem. Docenten hadden geweend, hoorde ik na afloop van de diploma-uitreiking. Die lazen schuddebuikend van plezier mijn even vrolijke als kritische stukjes, nou ja, tenzij het verhaal over hem of haar zelf ging.

Tijdens mijn studie Nederlands aan de Universiteit Utrecht was ik redacteur van een literair tijdschrift.

Cor Hospes redacteur Vooys

 

 

Journalist en content

Dat ik na afloop van mijn universitaire studie journalist werd, nee, vreemd was dat niet. Ik begon bij de Domroep, de stadsomroep van Utrecht. Via mijn stukjes voor het U-blad belandde ik bij OV-Magazine en Personeelbeleid, en nadien werd ik al snel vaste medewerker bij Algemeen Dagblad, HP/De Tijd, Avantgarde, MAN, de Volkskrant en tal van grote titels. Ook verkocht ik mijzelf als copywriter en schreef ik verhalen voor bedrijfsbladen en sponsored magazines, artikelen die je vandaag content noemt.

Op televisie

In 2003 was ik een tijdje te bewonderen op televisie. Als boekenworm besprak ik voor V&D TV elke twee weken een stapeltje boeken, naast Annette Barlo en Wouter Nicolaas. Dat mocht ik daarna nog eens doen naast Myrna Goossens voor Aperitivo. Er lonkte zelfs heel even een televisiecarrière in Aalsmeer, maar dat ging net niet door. Ik ontbeerde de juiste ellebogen.

Het eerste kook-, lees-, en reisboek

Ook leuk om te doen: voor een van de grootste pr-bureaus ter wereld was ik vaste mediatrainer. Ik leerde senior managers, directeuren en woordvoerders van corporates hoe ze makkelijker hun mondje konden roeren voor een persmicrofoon. Maar ik was toch vooral journalist, een verhalenmaker. Features, reportages, interviews, achtergrond- en trendverhalen.

Als food & travel journalist reisde ik over de hele wereld. Een deel van die ervaringen verzamelde ik in 2008 in ‘Reismenu, verhalen in gerechten’. Het ‘eerste kook-, lees-, en reisboek van ons land’, prijkte in tal van kookboeken Top 10’s van dat jaar. Maar echt verkopen deed het niet. Tijdens de officiële presentatie lagen de boeken aan boord van een schip dat te lang dobberde over de Chinese Zee. Pas na de kerst lag ‘Reismenu’ in de boekhandel. Niet echt het moment om een kookboek te verkopen. Daar helpt geen enkele Top 10-notering aan.

Boek Guerrillamarketing

In 2007 kreeg ik een verzoek van een uitgever. Hij was voormalig redacteur van Management Team, een tijdschrift waarvoor ik jarenlang verhalen had gemaakt. Of ik een boek wilde schrijven over guerrillamarketing. Hij had een stapeltje boeken. Of ik die houtje touwtje tot een eigen geheel wilde kruiden, zoals veel managementboeken aan elkaar worden geregen.

Marketingboek van het JaarIk besloot tot een andere aanpak. En dat resulteerde in een bestseller, een nominatie als marketingboek van het jaar en nadien nog enkele marketingboeken waaronder opnieuw enkele bestsellers.

Je eigen zender beginnen

In de journalistiek kon ik steeds slechter mijn ei kwijt. Uitgevers stonden stil. Hoofdredacteuren bleven nietjes-denken en haalden hun neus op voor internet en alle technologische ontwikkelingen die ervoor zorgden dat bedrijven zelf uitgever konden worden. Had Adam Curry dat al niet bij zijn afscheid als presentator van het televisieprogramma Countdown gezegd? Hij ging naar MTV in Amerika en daar was net iets nieuws, en dat heette het internet. En dankzij dat internet kon straks iedereen zijn eigen zender beginnen.

Contact

Daarbij wil en kan ik ook jouw bedrijf en organisatie met al mijn schrijfervaring helpen. Met verhalen die het waard zijn om te delen. Wil jij weten hoe en wat ik voor jouw bedrijf kan betekenen? Laat je gegevens achter en ik neem contact met je op. Ik vertel je dan ook -mocht je dat willen- alles over Bip en Bip en boswachter Konijn. En misschien dat ik zelfs dat gedichtje uit de Viva voor je ga reciteren.

(Visited 918 times, 1 visits today)